Over Harry Bannink

Harry Bannink – componist, arrangeur, uitvoerend musicus en muzikaal leider – werd op 10 april 1929 geboren in Enschede. Hij volgde pianolessen bij Martin Kaptein en studeerde daarna bij Kees van Baaren die hem onder meer onderrichtte in compositietechnieken. Op zijn zestiende zat Harry achter de piano in de bigband The Casa Loma’s, die dansavonden verzorgde voor de geallieerden op vliegbasis Twenthe. Later speelde hij met een klein combo op feesten en partijen in Enschede en omgeving. Ook zong hij in The Vocal Touches, een zanggroep die regelmatig met de Skymasters optrad voor de radio. In 1953 deed hij staatsexamen aan het Haags conservatorium, waarna hij korte tijd als pianoleraar werkte.

Een bevriende zangeres vroeg Harry haar op piano te begeleiden tijdens haar auditie voor het KRO-radioprogramma Springplank. Daar voerden zij een van de allereerste composities van Harry uit, de ‘Holland Symphonie’ op een tekst van Arie Staudt. Harry werd op grond daarvan uitgenodigd om deel te nemen aan een kleinkunstcursus bij de KRO. Dat resulteerde erin dat hij vanaf 1956 als componist en begeleider meewerkte aan talrijke kleinkunstprogramma’s waarin vooral jong talent te horen was. Bij Poppetjes op de ruit ontmoette hij Conny Stuart, die theaterproducent John de Crane op Harry attendeerde. Vervolgens bracht De Crane Harry in contact met Annie M.G. Schmidt. Het in 1960 door Conny Stuart gezongen ‘Hoezepoes’ dateert uit het prilste begin van hun samenwerking. Vele liedjes, zeven musicals en televisieseries als Ja Zuster, Nee Zuster en Beppie volgden.

Behalve met Annie M.G. Schmidt werkte Harry met vele andere tekstschrijvers, voor uiteenlopende producties. Zo was hij bijvoorbeeld nauw betrokken bij het Schrijverscollectief, met dichters als Willem Wilmink, Hans Dorrestijn en Karel Eykman, voor televisieprogramma’s als De Stratemakeropzeeshow, J.J. de Bom voorheen ‘De Kindervriend’, De Film van Ome Willem, Sesamstraat en Het Klokhuis. Daarnaast schreef hij voor Wim Sonneveld, ’t Schaep met de 5 Pooten, Farce Majeure, Kinderen voor Kinderen en talloze andere televisie- en radioprogramma’s, theater- en filmproducties, lp- en cd-opnamen. Vele klassiekers staan op zijn naam, waaronder ‘Tearoom Tango’, ‘Frater Venantius’, ‘Nikkelen Nelis’, ‘Op een mooie Pinksterdag’, ‘Zeur niet’, ‘Het is over’, ‘Vluchten kan niet meer’, ‘M’n opa’, ‘In een rijtuigie’, ‘Deze vuist op deze vuist’, ‘Frekie’, ‘Kiele kiele Koeweit’, ‘Het zal je kind maar wezen’, ‘As je mekaar niet meer vertrouwen kan’.

Voor Harry stond de tekst altijd voorop. Inhoud en metrum waren leidend tijdens het componeren. Voortdurend kleurt de muziek mee met de inhoud van de tekst. Daarbij putte hij uit een breed scala aan muzikale stijlen. Grilligheden in het metrum daagden hem uit om muzikale oplossingen te vinden waardoor de tekst in de vertolking altijd natuurlijk blijft overkomen.

Dienstbaarheid aan de tekst gold ook voor de manier waarop zijn composities, vaak door hem zelf, werden gearrangeerd. Voor Harry waren compositie en arrangement onlosmakelijk met elkaar verbonden. Fijnzinnig als hij was, werd alles altijd tot in de kleinste details uitgewerkt. Daarbij kwam zijn gevoel voor humor regelmatig om de hoek kijken, hoe zwaarmoedig een tekst ook kon zijn.

Op 19 oktober 1999 overleed Harry met achterlating van een oeuvre van meer dan drieduizend composities. Vele daarvan hebben een plaats gevonden in ons nationale geheugen.